Over ons

De Stichting Koopvaardijpersoneel zet zich niet alleen in voor veteranen die tijdens de tweede wereldoorlog de koopvaardijschepen hebben bemand maar ook voor hen die op de handelsvloot genoodzaakt waren te werken voor de Nederlandse krijgsmacht bij de strijd rond Indonesië. Ook mensen van wie familieleden, vrienden of bekenden hebben gevaren of interesse hebben in de koopvaardij in oorlogstijd zijn van harte welkom bij de activiteiten van de stichting.

De stichting geeft een nieuwsbrief uit die verstuurd wordt naar iedereen die daar belangstelling voor heeft. In de regel vindt er eind augustus een vaartocht door de Rotterdamse haven plaats waar eenieder elkaar kan treffen onder het genot van een hapje en drankje. Daarnaast is de stichting betrokken bij kransleggingen in o.m. Rotterdam (de Boeg), Den Helder en Amsterdam (de Dam). Hoewel er nog maar weinig veteranen in leven zijn, is de stichting zich niet van plan op te heffen. Haar doelstelling is het bewustzijn van de doorslaggevende rol van de koopvaardij bij de overwinning van de geallieerden zo groot mogelijk te houden en het pad te effenen voor onverhoopte nieuwe koopvaardijveteranen. Deze doelstelling is ingegeven door het feit dat het erg lang geduurd heeft voordat de veteranen de erkenning kregen die zij meer dan verdiend hebben.

De Stichting is voortgekomen uit het Comité Reünie Koopvaardijpersoneel 1940-1945. Het Comité ontstond bij de 20e herdenking van de bevrijding van ons land in 1965. Het Monument voor de Koopvaardij De Boeg te Rotterdam was in 1957 door H.K.H Prinses Margriet onthuld maar daarna werd er feitelijk niets meer mee gedaan. Koopvaardijveteraan J. Libau benaderde de veteranen C. Grundel en G. Winterswijk om bij de 20e herdenking van de bevrijding van ons land een reünie voor de veteranen te organiseren met een herdenking bij het monument. De gemeente Rotterdam ondersteunde deze herdenking welke werd bijgewoond door H.K.H. prinses Margriet.

Deze reünie werd een groot succes. Al spoedig bleek er grote belangstelling te bestaan voor een jaarlijkse reünie. Hiervoor werd het Comité opgericht. De 4 mei herdenking bij De Boeg vond daarna ook jaarlijks plaats.

Hieruit volgden uitnodigingen van de Koninklijke Marine om ook in Den Helder op 4 mei namens de koopvaardij een krans te leggen bij het monument Voor hen die vielen en van het Nationaal Comité 4 en 5 mei te Amsterdam om bij het Nationaal Monument op de Dam op de 4 mei herdenking namens de koopvaardijveteranen een krans te leggen.

In Den Helder is de koopvaardij ook vertegenwoordigd bij de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus 1945 bij het monument Voor hen die vielen.

Door contacten met de Nederlandse afdeling van The Royal British Legion werden de Nederlandse koopvaardijveteranen uitgenodigd om met een delegatie deel te nemen aan de jaarlijkse Remembrance Sunday Cenotaph Parade te Londen en de aansluitende kranslegging bij de Cenotaph (Gedenkgemaal).

Door de toenemende leeftijd van de veteranen werd het bezwaarlijk aan deze parade en kranslegging deel te blijven nemen. In plaats hiervan werd vervolgens jaarlijks op Remembrance Sunday deelgenomen aan de herdenkingsceremonie bij het Merchant Navy War Memorial Monument, Tower Hill Londen, met aansluitend een ontvangst op Trinity House. Deze plechtigheid wordt georganiseerd door The Honourable Company of Master Mariners en wordt door hoge Royal Navy autoriteiten bijgewoond. De Nederlandse delegatie is de enige buitenlandse deelnemer aan deze herdenking hetgeen in Engeland zeer geapprecieerd werd. Na 2009

heeft geen delegatie van Nederlandse koopvaardij veteranen aan deze herdenkingsbijeenkomst deelgenomen. Hierna heeft de voorzitter van de Stichting nog enige malen aan de Remembrance Day deelgenomen. Sinds  2011 neemt een bestuurdelegatie deel aan de Remebrance Day sevice in de St. Mary’s Anglican and Episcopal Curch te Rotterdam.

Er hebben zich weinige Nederlandse opvarenden aan de door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen opgelegde vaarverplichting onttrokken (De Jong spreekt van ongeveer 3%). Op dit vaarplichtbesluit beroepen de Nederlandse koopvaardijopvarenden zich op hun status als oorlogsveteraan. Het verkrijgen van deze officiële status ging direct na de oorlog zeker niet zonder slag of stoot. Ondanks dat de schepen grijs werden geschilderd, bewapend en er op de vijand werd geschoten. Wat moest je nog meer doen om je veteraan te mogen noemen?

De Nederlandse koopvaardijmannen deden in de oorlog hun werk. Ver van huis en ook lang van huis, deden zij onder dikwijls grote spanningen hun plicht. Op zee loerde iedere dag gevaar. Op zee was iedere zeeman een frontsoldaat!

Maar dankzij de inspanning van de Stichting werd aansluiting bij het Veteranen Platform verkregen, waarvan De Stichting nu een volwaardig lid is. Dit betekent dat het vaarplichtig koopvaardijpersoneel uit de Tweede Wereldoorlog dezelfde veteranenstatus heeft als alle onderdelen van de krijgsmacht.

Door de veteranenstatus kunnen de jaarlijkse reünies gehouden worden op militaire locaties (kazernes) of in de Kumpulan op het landgoed Bronbeek. Bij de 60-jarige herdenking van de bevrijding werd een varende reünie georganiseerd voor koopvaardij- en marineveteranen, nabestaanden en belangstellenden die de koopvaardij een goed hart toedragen. Deze was zo succesvol dat in de daarop volgende jaren eveneens voor een varende reünie gekozen werd.

Met groot succes werd jaarlijks op 5 mei deelgenomen aan het door Z.K.H. Prins Bernhard afgenomen bevrijdingsdefilé te Wageningen. Na het overlijden van de Prins wordt het defilé door de Gemeente Wageningen voortgezet onder de naam Vrijheidsdefilé. Koopvaardijveteranen waren  hierbij nog present tot 2008.

In 1999 werden voor het eerst niet-veteranen in het Stichtingsbestuur opgenomen ten einde de continuïteit van de deelnemingen aan de herdenkingen in de toekomst, als de veteranen daar niet meer toe in staat zijn, te garanderen. Het nieuwe bestuur besloot meer naar buiten te treden om door publiciteit de aandacht te blijven vasthouden voor de belangrijke bijdragen en de opofferingen welke door de Nederlandse Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog werden gebracht.

Voor de koopvaardij begon die oorlog direct al: september 1939. Onze neutraliteitsperiode, van 3 september 1939 t/m 10 mei 1940, wordt wel the phoney war genoemd; de schemer oorlog, de onechte oorlog, maar de Nederlandse koopvaardij werd al direct getroffen door het echte oorlogsgeweld op zee. Door mijnen en torpederingen door U-boten gingen 26 schepen verloren waarbij ongeveer 240 opvarenden het leven verloren, waaronder 85 passagiers. De visserij leed verliezen door beschietingen door Duitse vliegtuigen. Let wel: in een periode dat Nederland niet in oorlog was.

Op 10 mei 1940 kregen alle koopvaardijschepen buitengaats van de Nederlandse regering opdracht een geallieerde of neutrale haven, aan te lopen in afwachting van nadere orders. Aan een Duitse telegrafische oproep om naar Nederland terug te keren heeft geen enkele gezagvoerder gehoor gegeven.

Uit Nederlandse havens wisten vele koopvaardij- en marineschepen nog uit Duitse handen te blijven en te ontkomen naar Engeland. Na 15 mei 1940 was dit niet meer mogelijk.

De maritieme geschiedschrijver von Münching schrijft in zijn standaardwerk De Nederlandse Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog:

De Nederlandse koopvaardij heeft de grootste en de waardevolste bijdragen geleverd aan het Nederlandse aandeel in de geallieerde eindoverwinning.

De prijs hiervan was hoog: van de ongeveer 900 Nederlandse schepen welke na 14 mei 1940 ter beschikking van de geallieerde oorlogsvoering zijn gekomen, ging ongeveer 48% verloren. In percentage ligt dit verlies ongeveer even hoog als dat van de Britse, Amerikaanse en Noorse koopvaardij. Het aantal omgekomen Nederlandse koopvaardijopvarenden bedroeg ongeveer 3.600 man. Hierbij zijn niet begrepen de in Japanse kampen omgekomenen opvarenden.

De continuïteit van het transport over zee, de functie van de koopvaardij, was van groot belang voor de geallieerde oorlogsvoering. Bittere noodzaak was de bevoorrading van Groot Brittannië dat van de overzeese import afhankelijk was. De slag om de Atlantische Oceaan (The Battle of the Atlantic) wordt wel de langste slag genoemd. De opbouw van de Amerikaanse legers met hun enorme hoeveelheid materiaal voor de invasie op Noord-Afrika (december 1942) en het Europese vaste land (juni 1944) zou zonder de inspanningen van de koopvaardij niet mogelijk geweest zijn. Nederlandse passagiersschepen, tot troepentransportschepen omgebouwd, brachten grote aantallen militairen naar de oorlogsgebieden.

Uitzonderlijke scheepsverliezen werden geleden op konvooien die via de Noordelijke IJszee, oorlogsmaterieel voor het Rode leger naar de Russische havens Moermansk en  Archangel brachten. De route rond het bezette Noorwegen lag onder het bereik van de Duitse luchtmacht en vlooteenheden.

Overal ter wereld verrichtte de koopvaardij dikwijls uiterst gevaarlijke diensten. Bij de evacuatie van de troepen van Duinkerken, Le Havre en Channel Islands, juni 1940, waren 40 Nederlandse coasters betrokken, gevorderd door de Royal Navy.

Bij de evacuatie van de Britse troepen uit Griekenland, april 1941, hebben onder meer Nederlandse passagiersschepen een grote rol gespeeld. Drie van deze schepen zijn daarbij met groot verlies aan mensenlevens verloren gegaan.

Het eiland Malta, strategisch gelegen middenin de Middellandse Zee, werd zwaar door Duits/Italiaanse luchtaanvallen geteisterd. Bij de bevoorrading van het belegerde eiland door konvooien vanuit Gibraltar en Alexandrië werden zware verliezen geleden waaronder Nederlandse schepen.

Eerst in het 2e kwartaal 1943 konden meer koopvaardijschepen aan de geallieerde vloot worden toegevoegd dan er verloren gingen, onder meer dankzij de geweldige capaciteit van de Amerikaanse werven die record bouwtijden realiseerden voor standaard vrachtschepen (waarvan de Liberty´s en de Victories en later de C3 schepen wel de bekendste waren).

De beheersing van de zeeroutes door de geallieerden was een noodzakelijke voorwaarde voor de opbouw en bevoorrading van de geallieerde legers, dus ook voor de bevrijding van ons land. In het  Verre Oosten was de koopvaardij nauw betrokken bij de evacuatie van Nederlands-Indië. Er gingen daarbij vele schepen verloren. Bij de verdediging van het Australisch Nieuw Guinea en de herovering van de oostkust van dit gebied hebben Nederlandse schepen, met name van de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij) belangrijke diensten verleend aan de Amerikaanse troepen. Bij de herovering van de talloze eilanden, die de geallieerden iedere keer weer een stuk dichter bij Japan brachten, werden door Nederlandse koopvaardijschepen de noodzakelijke ondersteuning aan de geallieerde troepen gegeven. Hier waren lange zeereizen meegemoeid in het oneindige zeegebied van de Pacific.

De koopvaardij is een commercieel bedrijf. De bemanningen waren gewone burgers, opgeleid voor een civiele taak: schip en lading veilig naar de bestemming te brengen. Zij werden, nauwelijks hierop voorbereid, geconfronteerd met de gruwelen van de oorlog op zee. Zij deden hun plicht en kwamen vaak onder moeilijke en uiterst gevaarlijke omstandigheden tot grootse prestaties. Met de vrouwen, kinderen en ouders in het vaderland bestonden praktisch geen contacten. Een enkele keer een Rode kruisbrief met minimale toegestane tekst onder censuur, een brief die er soms maanden over deed om de bestemming te bereiken. was het enige  contact met het thuisfront. De gezinnen thuis ontvingen onder Duitse maatregelen slechts zeer karige betalingen van de rederijen. Een illegaal opgezette ondersteuningsfonds onder de schuilnaam de Zeemanspot zorgde voor enige verlichting in de financiële situatie van de gezinnen.

Onder de vele onderscheidingen welke gedurende de oorlogsjaren aan Nederlandse koopvaardijmannen werden toegekend, waren 6 Militaire Willemsorden.

Toen de mannen eindelijk thuisvoeren, na die lange oorlogsjaren, was er weinig erkenning en waardering. Helaas moeten wij constateren dat dit feitelijk nog zo is en dat nu nog maar weinig mensen op de hoogte zijn van de offers door de Nederlandse koopvaardij in de jaren 1939-1945 gebracht.(1939, u leest het goed: het eerste Nederlandse koopvaardijschip dat verloren ging was op 7 september 1939  het ss Mark dat ter hoogte van Terschelling op een Duitse mijn liep en verloren ging. In de Nederlandse neutraliteit periode zijn 26 grote vaartschepen verloren gaan door mijnen en torpedering door Duitse onderzeeërs. Ook kustvaarders en visserijschepen leden verliezen. In totaal kwamen ongeveer 300 opvarenden hierbij om het leven).