Meer over ons

De Stichting is voortgekomen uit het Comité Reünie Koopvaardijpersoneel 1940-1945.
Het Comité ontstond bij de 20e herdenking van de bevrijding van ons land in 1965. Het Monument voor de
Koopvaardij De Boeg te Rotterdam was in 1957 door H.K.H Prinses Margriet onthuld maar daarna werd er
feitelijk niets meer mee gedaan. Koopvaardijveteraan J. Libau benaderde de veteranen C. Grundel en G.
Winterswijk om bij de 20e herdenking van de bevrijding van ons land een reünie voor de veteranen te
organiseren met een herdenking bij het monument. De gemeente Rotterdam ondersteunde deze herdenking
welke werd bijgewoond door H.K.H. prinses Margriet.
Deze reünie werd een groot succes. Al spoedig bleek er grote belangstelling te bestaan voor een jaarlijkse
reünie. Hiervoor werd het Comité opgericht. De 4 mei herdenking bij De Boeg vond daarna ook jaarlijks
plaats.
Hieruit volgden uitnodigingen van de Koninklijke Marine om ook in Den Helder op 4 mei namens de
koopvaardij een krans te leggen bij het monument Voor hen die vielen en van het Nationaal Comité 4 en 5
mei te Amsterdam om bij het Nationaal Monument op de Dam op de 4 mei herdenking namens de
koopvaardijveteranen een krans te leggen.
In Den Helder is de koopvaardij ook vertegenwoordigd bij de jaarlijkse herdenking van het einde van de
Tweede Wereldoorlog op 15 augustus 1945 bij het monument Voor hen die vielen.
Door contacten met de Nederlandse afdeling van The Royal British Legion werden de Nederlandse
koopvaardijveteranen uitgenodigd om met een delegatie deel te nemen aan de jaarlijkse Remembrance
Sunday Cenotaph Parade te Londen en de aansluitende kranslegging bij de Cenotaph (Gedenkgemaal).
Door de toenemende leeftijd van de veteranen werd het bezwaarlijk aan deze parade en kranslegging deel
te blijven nemen. In plaats hiervan werd vervolgens jaarlijks op Remembrance Sunday deelgenomen aan de
herdenkingsceremonie bij het Merchant Navy War Memorial Monument, Tower Hill Londen, met aansluitend
een ontvangst op Trinity House. Deze plechtigheid wordt georganiseerd door The Honourable Company of
Master Mariners en wordt door hoge Royal Navy autoriteiten bijgewoond. De Nederlandse delegatie is de
enige buitenlandse deelnemer aan deze herdenking hetgeen in Engeland zeer geapprecieerd werd. Na 2009
heeft geen delegatie van Nederlandse koopvaardij veteranen aan deze herdenkingsbijeenkomst
deelgenomen. Hierna heeft de voorzitter van de Stichting nog enige malen aan de Remembrance Day
deelgenomen. Sinds 2011 neemt een bestuurdelegatie deel aan de Remebrance Day sevice in de St.
Mary’s Anglican and Episcopal Curch te Rotterdam.
Er hebben zich weinige Nederlandse opvarenden aan de door de Nederlandse regering in ballingschap in
Londen opgelegde vaarverplichting onttrokken (De Jong spreekt van ongeveer 3%). Op dit vaarplichtbesluit
beroepen de Nederlandse koopvaardijopvarenden zich op hun status als oorlogsveteraan. Het verkrijgen
van deze officiële status ging direct na de oorlog zeker niet zonder slag of stoot. Ondanks dat de schepen
grijs werden geschilderd, bewapend en er op de vijand werd geschoten. Wat moest je nog meer doen om je
veteraan te mogen noemen?
De Nederlandse koopvaardijmannen deden in de oorlog hun werk. Ver van huis en ook lang van huis, deden
zij onder dikwijls grote spanningen hun plicht. Op zee loerde iedere dag gevaar. Op zee was iedere zeeman
een frontsoldaat!
Maar dankzij de inspanning van de Stichting werd aansluiting bij het Veteranen Platform verkregen, waarvan
De Stichting nu een volwaardig lid is. Dit betekent dat het vaarplichtig koopvaardijpersoneel uit de Tweede
Wereldoorlog dezelfde veteranenstatus heeft als alle onderdelen van de krijgsmacht.
Door de veteranenstatus kunnen de jaarlijkse reünies gehouden worden op militaire locaties (kazernes) of in
de Kumpulan op het landgoed Bronbeek. Bij de 60-jarige herdenking van de bevrijding werd een varende
reünie georganiseerd voor koopvaardij- en marineveteranen, nabestaanden en belangstellenden die de
koopvaardij een goed hart toedragen. Deze was zo succesvol dat in de daarop volgende jaren eveneens
voor een varende reünie gekozen werd.
Met groot succes werd jaarlijks op 5 mei deelgenomen aan het door Z.K.H. Prins Bernhard afgenomen
bevrijdingsdefilé te Wageningen. Na het overlijden van de Prins wordt het defilé door de Gemeente
Wageningen voortgezet onder de naam Vrijheidsdefilé. Koopvaardijveteranen waren hierbij nog present tot
2008.
In 1999 werden voor het eerst niet-veteranen in het Stichtingsbestuur opgenomen ten einde de continuïteit
van de deelnemingen aan de herdenkingen in de toekomst, als de veteranen daar niet meer toe in staat zijn,
te garanderen. Het nieuwe bestuur besloot meer naar buiten te treden om door publiciteit de aandacht te
blijven vasthouden voor de belangrijke bijdragen en de opofferingen welke door de Nederlandse Koopvaardij
in de Tweede Wereldoorlog werden gebracht.
Voor de koopvaardij begon die oorlog direct al: september 1939. Onze neutraliteitsperiode, van 3 september
1939 t/m 10 mei 1940, wordt wel the phoney war genoemd; de schemer oorlog, de onechte oorlog, maar de

Nederlandse koopvaardij werd al direct getroffen door het echte oorlogsgeweld op zee. Door mijnen en
torpederingen door U-boten gingen 26 schepen verloren waarbij ongeveer 240 opvarenden het leven
verloren, waaronder 85 passagiers. De visserij leed verliezen door beschietingen door Duitse vliegtuigen. Let
wel: in een periode dat Nederland niet in oorlog was.
Op 10 mei 1940 kregen alle koopvaardijschepen buitengaats van de Nederlandse regering opdracht een
geallieerde of neutrale haven, aan te lopen in afwachting van nadere orders. Aan een Duitse telegrafische
oproep om naar Nederland terug te keren heeft geen enkele gezagvoerder gehoor gegeven.
Uit Nederlandse havens wisten vele koopvaardij- en marineschepen nog uit Duitse handen te blijven en te
ontkomen naar Engeland. Na 15 mei 1940 was dit niet meer mogelijk.
De maritieme geschiedschrijver von Münching schrijft in zijn standaardwerk De Nederlandse Koopvaardij in
de Tweede Wereldoorlog:
De Nederlandse koopvaardij heeft de grootste en de waardevolste bijdragen geleverd aan het
Nederlandse aandeel in de geallieerde eindoverwinning.
De prijs hiervan was hoog:
Van de ongeveer 900 Nederlandse schepen welke na 14 mei 1940 ter beschikking van de geallieerde
oorlogsvoering zijn gekomen, ging ongeveer 48% verloren. In percentage ligt dit verlies ongeveer even hoog
als dat van de Britse, Amerikaanse en Noorse koopvaardij. Het aantal omgekomen Nederlandse
koopvaardijopvarenden bedroeg ongeveer 3.600 man. Hierbij zijn niet begrepen de in Japanse kampen
omgekomenen opvarenden.
De continuïteit van het transport over zee, de functie van de koopvaardij, was van groot belang voor de
geallieerde oorlogsvoering. Bittere noodzaak was de bevoorrading van Groot Brittannië dat van de
overzeese import afhankelijk was. De slag om de Atlantische Oceaan (The Battle of the Atlantic) wordt wel
de langste slag genoemd. De opbouw van de Amerikaanse legers met hun enorme hoeveelheid materiaal
voor de invasie op Noord-Afrika (december 1942) en het Europese vaste land (juni 1944) zou zonder de
inspanningen van de koopvaardij niet mogelijk geweest zijn.
Nederlandse passagiersschepen, tot troepentransportschepen omgebouwd, brachten grote aantallen
militairen naar de oorlogsgebieden.
Uitzonderlijke scheepsverliezen werden geleden op konvooien die via de Noordelijke IJszee,
oorlogsmaterieel voor het Rode leger naar de Russische havens Moermansk en Archangel brachten. De
route rond het bezette Noorwegen lag onder het bereik van de Duitse luchtmacht en vlooteenheden.
Overal ter wereld verrichtte de koopvaardij dikwijls uiterst gevaarlijke diensten. Bij de evacuatie van de
troepen van Duinkerken, Le Havre en Channel Islands, juni 1940, waren 40 Nederlandse coasters
betrokken, gevorderd door de Royal Navy.
Bij de evacuatie van de Britse troepen uit Griekenland, april 1941, hebben onder meer Nederlandse
passagiersschepen een grote rol gespeeld. Drie van deze schepen zijn daarbij met groot verlies aan
mensenlevens verloren gegaan.
Het eiland Malta, strategisch gelegen middenin de Middellandse Zee, werd zwaar door Duits/Italiaanse
luchtaanvallen geteisterd. Bij de bevoorrading van het belegerde eiland door konvooien vanuit Gibraltar en
Alexandrië werden zware verliezen geleden waaronder Nederlandse schepen.
Eerst in het 2e kwartaal 1943 konden meer koopvaardijschepen aan de geallieerde vloot worden
toegevoegd dan er verloren gingen, onder meer dankzij de geweldige capaciteit van de Amerikaanse werven
die record bouwtijden realiseerden voor standaard vrachtschepen (waarvan de Liberty´s en de Victories en
later de C3 schepen wel de bekendste waren).
De beheersing van de zeeroutes door de geallieerden was een noodzakelijke voorwaarde voor de opbouw
en bevoorrading van de geallieerde legers, dus ook voor de bevrijding van ons land. In het Verre Oosten
was de koopvaardij nauw betrokken bij de evacuatie van Nederlands-Indië. Er gingen daarbij vele schepen
verloren. Bij de verdediging van het Australisch Nieuw Guinea en de herovering van de oostkust van dit
gebied hebben Nederlandse schepen, met name van de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij)
belangrijke diensten verleend aan de Amerikaanse troepen. Bij de herovering van de talloze eilanden, die de
geallieerden iedere keer weer een stuk dichter bij Japan brachten, werden door Nederlandse
koopvaardijschepen de noodzakelijke ondersteuning aan de geallieerde troepen gegeven. Hier waren lange
zeereizen meegemoeid in het oneindige zeegebied van de Pacific.
De koopvaardij is een commercieel bedrijf. De bemanningen waren gewone burgers, opgeleid voor een
civiele taak: schip en lading veilig naar de bestemming te brengen. Zij werden, nauwelijks hierop voorbereid,
geconfronteerd met de gruwelen van de oorlog op zee. Zij deden hun plicht en kwamen vaak onder moeilijke
en uiterst gevaarlijke omstandigheden tot grootse prestaties. Met de vrouwen, kinderen en ouders in het
vaderland bestonden praktisch geen contacten. Een enkele keer een Rode kruisbrief met minimale

toegestane tekst onder censuur, een brief die er soms maanden over deed om de bestemming te bereiken.
was het enige contact met het thuisfront. De gezinnen thuis ontvingen onder Duitse maatregelen slechts
zeer karige betalingen van de rederijen. Een illegaal opgezette ondersteuningsfonds onder de schuilnaam
de Zeemanspot zorgde voor enige verlichting in de financiële situatie van de gezinnen.
Onder de vele onderscheidingen welke gedurende de oorlogsjaren aan Nederlandse koopvaardijmannen
werden toegekend, waren 6 Militaire Willemsorden.
Toen de mannen eindelijk thuisvoeren, na die lange oorlogsjaren, was er weinig erkenning en waardering.
Helaas moeten wij constateren dat dit feitelijk nog zo is en dat nu nog maar weinig mensen op de hoogte zijn
van de offers door de Nederlandse koopvaardij in de jaren 1939-1945 gebracht.(1939, u leest het goed: het
eerste Nederlandse koopvaardijschip dat verloren ging was op 7 september 1939 het ss Mark dat ter hoogte
van Terschelling op een Duitse mijn liep en verloren ging. In de Nederlandse neutraliteit periode zijn 26 grote
vaartschepen verloren gaan door mijnen en torpedering door Duitse onderzeeërs. Ook kustvaarders en
visserijschepen leden verliezen. In totaal kwamen ongeveer 300 opvarenden hierbij om het leven).